FacebookTwitter

Langere levensverwachting door vitamine C en bèta caroteen:
De reeds uitgebreid bevestigde hypothese dat een hoge diëtaire consumptie van vitamine C en bèta caroteen de levensverwachting vergroot, wordt thans verder ondersteund door een 24 jaar durend follow-up onderzoek in het kader van de bekende Western Electric Study, die in 1957 van start ging.

Grote inter-individuele verschillen:
Bij dit project werden 1.556 middelbare mannen die werkzaam waren bij de Western Electric Company tweemaal, aan het begin van het onderzoek en één jaar daarna, geïnterviewd over hun voedingsgewoontes. Op basis daarvan werd berekend hoeveel vitamine C en bèta caroteen het dagelijkse menu bevatte. Daarbij kwamen aanzienlijke inter-individuele verschillen aan het licht. Voor de vitamine C-inname bedroeg het verschil tussen het eerste en het negenennegentigste percentiel 187 milligram per dag (34 versus 221 mg) en voor de bèta caroteen-consumptie 8,3 mg/dag (0,8 versus 9,1 mg).

Gedurende een follow-up periode van 32.935 persoon-jaren deden zich in de onderzoeksgroep 522 sterfgevallen voor, waarvan 155 als gevolg van kanker en 231 door coronaire hartziekten. Bij nadere analyse van deze sterftecijfers bleek een duidelijke samenhang te bestaan tussen het sterfterisico en de diëtaire inname van vitamine C en bèta caroteen.

Lagere sterftekans:
Een toename van 100 mg in de dagelijkse vitamine C-consumptie ging gepaard met een reductie van 32% in de totale sterftekans. Het risico om te overlijden aan kanker daalde met 43%, terwijl de kans om te sterven als gevolg van een coronaire hartaandoening met 32% afnam. Wat de bèta caroteen-inname betreft was een verhoging van het dagelijkse gebruik met 3 mg gecorreleerd met een reductie van 22% in de totale sterftekans. Voor het risico om te overlijden aan kanker of een coronaire hartaandoening daalde het risico met 28 respectievelijk 21 procent.

Omdat vitamine C en bèta caroteen vaak in dezelfde voedingsmiddelen voorkomen werd tevens een index opgesteld waarin de consumptie van beide anti-oxidanten tot uiting kwam. Op basis van de hoogte van deze index werden de proefpersonen in drie groepen ingedeeld. Ten opzichte van de groep met de laagste index was in de groep met de hoogste index het totale sterfterisico 26% lager en daalde het risico om aan kanker te overlijden met 37%. Voor coronair-aandoeningen bedroeg de reductie in sterftekans 21%.

(Dietary vitamin C and beta-carotene and risk of death in middle-aged men. The Western Electric Study; Pandey DK et al (University of Texas School of Public Health, Houston 77030, USA); American Journal of Epidemiology, 142(12):1269-1278, 15 dec. 1995)

Bèta caroteen vermindert kans op myocardinfarct:
In haar dissertatie "Antioxidants and Myocardial Infarction: the EURAMIC Study" doet ir. A.F.M. Kardinaal verslag van een internationaal multi-center onderzoek naar de relatie tussen voedings-anti-oxidanten en het optreden van myocardinfarcten. Daaruit blijkt onder meer een beschermend effect van bèta caroteen, dat zich met name voordoet bij rokers en ex-rokers.

Onderzoek in 9 landen:
De dissertatie betreft een van de twee onderzoeksprojecten van de EURAMIC Studie, die de hypothese toetst dat voedings-anti-oxidanten protectie kunnen bieden tegen het optreden van hartinfarcten en borstkanker. In het onderzoeksdeel waarover door Kardinaal wordt gerapporteerd werd de anti-oxidant-status van mannen die met een eerste acuut myocardinfarct waren opgenomen op de hartbewakingsafdeling van ziekenhuizen in 8 Europese landen, waaronder Nederland, en Israël vergeleken met die van mannen die nog nooit door een hartinfarct waren getroffen en als controle fungeerden. Gekeken werd naar de mogelijke beschermende invloed van bèta caroteen, alfa-tocoferol en selenium. Daarbij werd gekozen voor biomarkers die een indruk geven van hetgeen op langere termijn via de voeding wordt opgenomen. Voor bèta caroteen en vitamine E werd daartoe gebruik gemaakt van bepalingen in het subcutane vet, en voor selenium van bepalingen in de teennagels. De bruikbaarheid van de subcutaan vet-parameters werd getest bij een groep gezonde vrijwilligers. Onder meer werd nagegaan in hoeverre een hogere consumptie van bèta caroteen leidt tot een grotere concentratie in het subcutane vet. Daartoe kregen de proefpersonen gedurende 6 maanden dagelijks een natuurlijk bèta caroteen-supplement van het merk Lamberts (2 x 15 mg; voor dit doel beschikbaar gesteld door voedingssupplementen-leverancier AOV te Den Haag). Deze suppletie bleek te resulteren in een zes keer zo groot gehalte in het onderhuidse vet.

Bèta caroteen:
Bij het internationale onderzoek, waarbij de gehaltes bèta caroteen en alfa-tocoferol bij 683 infarct-patiënten werden vergeleken met die van 727 controle-personen, werd een duidelijk invers verband geconstateerd tussen de bèta caroteen-status en het risico op een hartinfarct. Zo was de gemiddelde bèta caroteen-concentratie in de patiëntengroep (0,35 mcg/g) significant lager dan in de controlegroep (0,42 mcg/g). Verder bleek bij verdeling van de bèta caroteen-waarden in kwintielen dat personen in de laagste categorie een circa 80% grotere kans hadden op een hartinfarct dan personen in het hoogste kwintiel. Nadere analyse van de cijfers bracht aan het licht dat bèta caroteen met name bescherming biedt bij rokers en ex-rokers.

Omdat meervoudig onverzadigde vetzuren, doordat ze gemakkelijk oxideren, de kans op een hartinfarct kunnen vergroten als ze niet door anti-oxidanten worden beschermd, werd ook dit aspect in het onderzoek betrokken. Daarbij bleek dat het risico op een hartinfarct bij mensen met weinig bèta caroteen en veel meervoudig onverzadigde vetzuren in het onderhuidse vet inderdaad veel groter was dan bij personen met zowel een lage bèta caroteen- als een lage MOV-status.

Wat betreft vitamine E werd in deze studie geen verschil gevonden tussen de patiëntengroep en de controlegroep. Deze bevinding is, zo stelt de auteur, in overeenstemming met de resultaten van andere onderzoekingen waarbij alleen een beschermend effect van dit vitamine werd geconstateerd bij hoge doseringen, die uitsluitend met supplementen gerealiseerd kunnen worden.

Vitamine E en bèta caroteen beschermen myocard tegen ischemie/reperfusieschade:
Bekend is dat zowel ischemie als een daarop volgende reperfusie van het ischemische weefsel leiden tot een versterkte vorming van vrije radicalen, waardoor ernstige beschadigingen kunnen ontstaan. Vooral in de reperfusiefase worden veel radicalen gevormd. Ischemie/reperfusieschade treedt onder meer op bij myocard- en herseninfarcten en bij open hartoperaties.

Door wetenschappers van de Oranje Vrijstaat Universiteit was in eerder onderzoek reeds aangetoond dat de schade die door ischemie/reperfusie wordt toegebracht aan hartspierweefsel nog wordt vergroot als het proefdier eerst is blootgesteld aan sigarettenrook (een bron van vrije radicalen). Thans maken zij melding van een vervolgonderzoek waaruit blijkt dat deze verhoogde gevoeligheid van het myocard door de anti-oxidant-vitamines alfa-tocoferol en bèta-caroteen kan worden voorkomen. De oxidatieve schade aan de mitochondrieën in aan ischemie/reperfusie onderworpen myocardweefsel van ratten die tevoren aan sigarettenrook waren blootgesteld, was bij de dieren die vitamine E en bèta-caroteen kregen significant minder dan bij de controlegroep.

(Deze resulaten geven verdere steun aan het groeiende inzicht dat anti-oxidanten bij (dreigende) hart- en herseninfarcten van groot belang zijn om de weefselschade te beperken.)

(Antioxidant vitamin supplementation of smoke-exposed rats partially protects against myocardial ischaemic/reperfusion injury; Van Jaarsveld H, Kuyl JM, Alberts DW (Department Chemical Pathology (G3), University of Orange Free State, Bloemfontein, Republic of South Africa); Free Radical Research Communications, 17(4):236-9, 1992)

13549694242236816

 

rapporten

   Recepten

 

  Rapporten

 
certificering    HarvestofHealth   gezonheid 

 Certificering

 

  Harvest of Health

    Gezondheid